
Datum oorspronkelijk artikel: 9 augustus 2004 De steenmarter veroorzaakt steeds meer overlast.
Het speelse roofdiertje duikt steeds vaker op in huizen en scholen.
"Vorig jaar hadden we drie tot vier meldingen per jaar, deze zomer vier
per week", zei steenmarterspecialist Jasper van Mourik van het bedrijf
Ongedierte Bestrijding Nederland OBN in het Overijsselse Hasselt
maandag. Het bruinzwarte dier kwam afgelopen jaren nogal eens in het nieuws
als vernieler van autobekabeling. Maar dat is volgens Van Mourik niet
de enige overlast die het dier veroorzaakt. "Hij kruipt tegen muren op,
nestelt zich onder dakranden en plafonds van huizen en maakt als
nachtdier vooral 's nachts een hoop herrie. Dat drijft de bewoners vaak
tot wanhoop. De psychische schade is soms groter dan de schade aan het
huis", aldus Van Mourik. De specialist benadrukt dat de steenmarter geen knaagdier is maar
een roofdier dat graag speelt en reageert op alles wat beweegt en rolt.
Zodra het dier, dat veertig tot vijftig centimer lang kan worden met
daaraan een forse staart, zich heeft genesteld tussen een plafond,
begint de ellende. De overlast bestaat niet alleen uit het lawaai dat
hij maakt, weet Van Mourik. "Het is een vleeseter die kleine zoogdieren
en vogels voert aan zijn jongen. Niet opgegeten kadavers gaan rotten en
geven maden. En dan is er ook de urineoverlast." Omdat de steenmarter een beschermde diersoort is, mogen Van Mourik
en zijn mensen van OBN de dieren niet vangen en doden. "Het enige dat
we kunnen doen is weren. Daarvoor hebben we een systeem ontwikkeld met
schrikdraad dat we langs muren bevestigen. We hebben het onlangs nog
bij een school in Zwolle aangebracht die voor 10.000 euro schade had
opgelopen." Volgens hem is de steenmarter een ware plaag aan het worden. Nu nog
in het oosten en noorden van land, maar er zijn ook meldingen van
dieren die in Noord-Brabant zijn gevonden. "Dat gaat nog niet om
nesten, maar om doodgereden exemplaren. Maar wel is duidelijk dat de
steenmarter bezig is de rivieren over te steken." Bron: Dagblad De Telegraaf